




Concurrentegerichte dialoog
De concurrentiegerichte dialoog wordt in toenemende mate toegepast en verdient daarom enige toelichting. Deze methode is bedoeld voor het aanbesteden van bijzonder complexe overheidsopdrachten waarbij de aanbestedende partij niet vooraf de specificaties van het werk aanbiedt maar deze in dialoog met geïnteresseerde ondernemers bepaalt. De aanbestedende partij selecteert eerst een aantal ondernemingen waarmee hij het project zou willen uitvoeren.
Daarna volgt de dialoogfase op basis van een document dat het te bereiken eindresultaat beschrijft. De dialoog is erop gericht mogelijke efficiënte oplossingen daarvoor boven tafel te krijgen. Na de voor elke partij vertrouwelijke dialoog verloopt de procedure op dezelfde wijze als de niet-openbare procedure.
|
In 1995 stemde de Tweede Kamer in met het besluit tot de aanleg van de Betuweroute, de goederenspoorlijn van de Maasvlakte naar Duitsland. De feitelijke aanleg startte na het nemen van het Tracébesluit in november 1996. In de Planologische Kernbeslissing deel 1 (1992) werden de kosten globaal geraamd op circa € 2,3 miljard. Eind 2000 werden de kosten geraamd op € 4,7 miljard. Het beschikbare budget was op dat moment € 4,4 miljard.
In 2006 sluit ProRail de bouw van de Betuweroute af. Het grootste Nederlandse infrastructurele project sinds de bouw van de Deltawerken is dan voltooid. Tussen de Rotterdamse haven en de Duitse grens bij Zevenaar ligt eind 2006 een snelle, veilige goederenspoorverbinding met het Europese achterland. De Betuweroute is daarmee de slagader van het Nederlandse goederentransport per trein.
![]() Bureau
|
Woningbouw-, Stadsvernieuwing- en Verkeersinfrastructuurprojecten.
Gemeente Meerssen: Centrumplan en Verkeerscirculatieplan
Gemeente Roermond: Realisatie van de bouw van 600 woningen (Musschenberg), alsmede een Verkeerscirculatieplan, Voorbereiding van bouw van een appartementencomplex, Herinrichting Markt.
![]() Planschadeteam met AKD Advocaten (mr Peter van Wijmen, adviseur en en mr Vincent van Wijmen ( † ) als secretaris ) uit Breda
![]() Planschadeteam (met twee advocaten van advocatenkantoor AKD Prinsen Van Wijmen)
![]() Projectleider Musschenberg (met ambtenaar-collega)
|
Project RRKL - Besluitvormingsprocessen in het kader van de Wet Luchtvaart.
Opdrachtgever: LVNL
Rol: onderzoeker, adviseur
Bedrijven hechten in een globaliserende wereld steeds meer belang aan een goede internationale bereikbaarheid. De Rijksoverheid wil derhalve de internationale bereikbaarheid vergroten omdat deze van groot belang is voor de Nederlandse Economie. De luchtvaart is in het internationaal verkeer van mensen en goederen de snelst groeiende vervoerwijze. Nederland dient derhalve goed bereikbaar te blijven door de lucht. Daarvoor is het instandhouden van een uitstekende netwerkkwaliteit, middels de aanwezigheid van een nationale luchthaven met voldoende capaciteit en een efficiënte luchtverkeersdienstverlening en een innovatief vermogen bij de marktpartijen essentieel. De mainport Schiphol als knooppunt van een hoogwaardig netwerk van nationale, Europese en intercontinentale verbindingen voorziet in een behoefte van mobiliteit als noodzakelijke voorwaarde voor economische groei en sociale ontwikkeling in Nederland. De luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) zorgt voor een veilige afwikkeling van het vliegverkeer.
De luchtvaartwereld kent een sterke dynamiek door het internationale karakter en de liberalisering van de luchtvaartmarkt. Wanneer luchtvaartmaatschappijen er niet in slagen voldoende concurrentiekracht te behouden bestaat het gevaar dat de hubluchthaven (knooppunt van verbindingen) wordt meegezogen in termen van verlies van een groot deel van het netwerk en daarmee van werkgelegenheid en uitstraling.
De regionale luchthavens hebben eigen posities verworven in het Europese netwerk van luchthavens en daarmee in de internationale bereikbaarheid van Nederland . Verhoudingsgewijs zijn de regionale luchthavens met 1,5 miljoen afgehandelde passagiers per jaar van beperkte omvang. Het Ruimtelijk Planbureau (RPB) voorziet dat een steeds groter deel van de verwachte groei van de luchtvaart terecht zal komen op de regionale luchthavens. Deze luchthavens zouden de ontwikkeling van de hubfunctie van Schiphol kunnen ondersteunen. Volgens het RPB zouden deze luchthavens gezamenlijk omstreeks 2020 in staat kunnen zijn om ongeveer 5 miljoen per jaar passagiers af te handelen.
Projectkader
De luchtvaart kent een gespannen verhouding met de samenleving, hetgeen kan worden uitgedrukt in “lusten en lasten” van de regionale luchthavens. Het vliegverkeer levert overlast op bij omwonenden en legt een steeds grotere druk op de ruimte die luchthavens innemen, de zorg voor veiligheid van passagiers en omwonenden en de bestrijding en voorkoming van terrorisme. Daartegenover staan de lusten van (internationale) bereikbaarheid, werkgelegenheid, de verbetering van de concurrentiepositie en het vestigingsklimaat. In dit spanningsveld tussen economische groei en milieu en veiligheid dient steeds een zorgvuldige belangenafweging plaats te vinden door de overheid, die het publieke belang behartigt. Bovendien dient er een goede communicatie plaats te vinden met omwonenden en gebruikers om het draagvlak te vergroten. Bij het versterken van de concurrentiepositie door middel van verbetering van de kwaliteit van de luchthavens dient met name afstemming plaats te vinden met het beleid voor bereikbaarheid en ruimtelijke ordening.
Aangezien de provincie als gebiedsregisseur verantwoordelijk is voor de inrichting van het gebied, de mobiliteit, ontwikkeling van bedrijventerreinen en woningbouw heeft het kabinet besloten het beleid voor de regionale en kleine luchthavens te decentraliseren naar de provincie middels de wetsvoorstellen RRKL (Regelgeving Regionale en Kleine Luchthavens) en RBML (Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens. De decentralisatiegedachte steunt op de basisgedachte dat de integrale afweging tussen de lusten en de lasten beter bij de bestuurslaag kan plaatsvinden, waar de effecten van de luchthaven zich voordoen. De effecten van de regionale luchthavens beperken zich immers tot een relatief klein gebied buiten het luchtvaartterein. Deze gedachte past in de sturingsfilosofie van het kabinet, om meer ruimte en verantwoordelijkheid te geven aan provincies en gemeenten binnen de randvoorwaarden van bescherming van de natuurlijke leefomgeving en de rijksverantwoordelijkheid ter zake. Het wetsvoorstel RBML is door het Kabinet naar de Tweede Kamer gestuurd.
De wetgeving omtrent de Nederlandse luchtvaart wordt stapsgewijs overgeheveld van de huidige Luchtvaartwet naar de Wet Luchtvaart. De Luchtvaartwet zal op termijn geheel worden ingetrokken. Het huidige stelsel van de Luchtvaartwet kent een diffuse verdeling van verantwoordelijkheden tussen overheid, de exploitant en de gebruikers van de luchthaven. Het feitelijk gebruik van de luchthaven is vooral een zaak van de exploitant, de gebruikers en de luchtverkeersdienstverlening. Het wetsvoorstel biedt de exploitant meer mogelijkheden om het de toegang van luchtverkeer op de luchthaven te reguleren middels bijvoorbeeld tariefsdifferentiatie. De exploitant kan het gebruik van de milieuruimte beïnvloeden door hogere tarieven te vragen aan vliegtuigen welke hogere geluidsbelasting veroorzaken. Voorts streeft het kabinet met het wetsvoorstel naar eenduidiger en snellere besluitvormingsprocedures met als doel de bestuurlijke slagvaardigheid te vergroten en tegelijkertijd de rechtszekerheid en rechtsbescherming te garanderen.
Nederland kent officieel vijf regionale luchthavens: Maastricht, Eindhoven, Rotterdam, Enschede en Groningen. Daarnaast zijn er twee kleine luchthavens met aspiratie naar een regionale status: Lelystad en Den Helder. Ook is er een negental zogeheten vliegvelden voor kleine luchtvaart, zoals onder meer Budel, Hilversum, Texel, Seppe en Midden-Zeeland met daarnaast nog een kleine 200 niet-aangewezen luchtvaartterreinen, zoals boorplatforms en dito heliplatforms en civiele helilandingsplaatsen bij ziekenhuizen en bedrijven. Het onderzoek spitst zich toe op Maastricht Aachen Airport. De provincie Limburg krijgt de bevoegdheid om te bepalen welke milieugebruiksruimte de exploitant of gebruiker krijgt met betrekking tot Maastricht-Aachen Airport. De provincie kan bepalen of nieuwe initiatieven voor deze luchthaven doorgang kunnen vinden, of dat de luchthavens dient in te krimpen of kan uitbreiden of dat luchthaven gesloten moeten worden. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor luchtvaartveiligheid, beheer van het luchtruim, implementatie van internationale regelgeving en het afsluiten van luchtvaartverdragen.
Doelstelling
Luchtvaartbeleid vormt een complex beleidsterrein, omdat er veel verschillende actoren bij zijn betrokken, welke in meer of mindere mate invloed kunnen uitoefenen op de ontwikkeling van de luchthaven, dan wel daar zelf door beïnvloed worden. De decentralisatie van de taken naar de provincie vraagt van alle betrokken actoren een heroriëntatie.
Het doel van het onderzoeksproject is het opsporen en het inzichtelijk maken van mogelijke conflicterende belangentegenstellingen, welke zich voor zullen doen bij de bevoegdheidsverschuiving van het Rijk naar de Provincie Limburg in het kader van het besluitvormingsproces op grond van de wet RRKL door middel van een (krachtenveld)analyse aan de hand van de criteria uit de bestudeerde literatuur. Het onderzoeksproject bevindt zich in fase 1 en fase 2 van de interventiecyclus, te weten probleemsignalering en diagnose
|
Diverse Projecten in het kader van het Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO)
Maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt in Angelsaksische landen steeds meer als integraal onderdeel van de bedrijfsvoering gezien. Er is een trend waarneembaar dat bedrijven zich kunnen veroorloven om op dit terrein actief te zijn, mede doordat zichtbaar is dat de eigen marktpositie daardoor verbeterd wordt.
R. Winter hanteert de uitgangspunten van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). In het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen is het van belang om een goede balans te vinden tussen het belang van de onderneming en het belang van de maatschappelijke omgeving. De maatschappelijke dialoog is dus een belangrijk aspect van het Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.
De maatschappelijk dialoog kan worden beschouwd als een extra marketingkanaal, omdat op die wijze tevens signalen uit de markt kunnen worden opgepakt. (http://mvoplatform.nl/) en (http://www.mvonederland.nl/) MVO is een breed multidimensionaal thema.
|
Verkiezingen Europees Parlement op 4 juni 2009
voor CDA Europarlementarier Ria Oomen (verkozen)
|


Alumni Universiteit Maastricht
![]() UM-alumni vormen een brug tussen universiteit en samenleving en zijn de beste ambassadeurs. Zij blijven deel uitmaken van de academische gemeenschap en zijn tevens een sterke schakel naar het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen. UM-alumni werken niet alleen in Nederland maar wereldwijd.
![]() Alumni zijn van grote waarde voor hun alma mater. Zij zwermen na hun studie aan de UM uit over de hele wereld en werken op belangrijke knooppunten in het bedrijfsleven, bestuur en politiek. Alumni hebben een uitstekende naam vanwege hun vorming en scholing in het Maastrichtse onderwijssysteem. Er zijn alumikringen in Nederland, Europa en daarbuiten. De kringen organiseren regelmatig bijeenkomsten, workshops en masterclasses.
|
Alumni Universiteit Groningen
mr drs R. Winter is afgestudeerd in de Farmacie
Als een van de eerste universiteiten in Nederland begon de Rijksuniversiteit Groningen in 1998 met professionele fondswerving en relatiebeheer. In dat jaar werd het Ubbo Emmius Fonds opgericht
Via het Fonds zoekt de universiteit financiële steun èn kritische inbreng van het bedrijfsleven, instellingen en particulieren bij de ontwikkeling van baanbrekend onderzoek en onderwijs. Met succes, want inmiddels zijn dankzij de steun van een groot aantal partners al veel bijzondere projecten gerealiseerd
Bent u alumnus medische wetenschappen, tandheelkunde of farmacie? Dan kunt u vanaf half mei 2010 gebeld worden door de nieuw opgerichte alumnidesk van de RUG. Huidige studenten van deze faculteiten gaan telefonisch geld werven voor de RUG bij alumni van hun eigen faculteit. Bij gebleken succes zal de alumnidesk een vaste plek vinden bij het Ubbo Emmius Fonds. Met de belactie zal onder meer geworven worden voor de volgende Healthy Ageing-projecten:
Junior Scientific Masterclass
De Junior Scientific Masterclass biedt binnen het curriculum Medische Wetenschappen en tandheelkunde een infrastructuur aan voor studenten met extra belangstelling voor wetenschappelijk onderzoek. Door het aanbieden van extra cursussen en onderzoeksplekken wordt hun de mogelijkheid geboden om binnen het Bachelorsprogramma een 'Honours'-graad voor onderzoek te behalen en/of gecombineerd met hun co-assistentschappen een promotietraject te volgen resulterend in een MD/PhD. De JSM wil binnen het UMC Groningen een professionele kweekvijver zijn voor (tand)artsen, die later patiëntenzorg willen combineren met wetenschappelijk onderzoek.
Topmaster Medical and Pharmaceutical Drug Innovation
Wetenschap van de toekomst is multidisciplinair, internationaal en vraagt om een breed inzicht in verschillende concepten en benaderingen. Dat is het uitgangspunt van het Topmaster’s programma Medical and Pharmaceutical Drug Innovation. Het leidt jonge onderzoekers op op het gebied van moleculaire onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe medicijnen(toepassingen).
Wilt u eenmalig het Ubbo Emmius Fonds steunen met een gift?
Maak dan uw bijdrage over op:
rekening 56.30.98.961
t.n.v. Stichting Ubbo Emmius Fonds
Postbus 72
9700 AB Groningen
Meer informatie over doneren aan de Rijksuniversiteit Groningen: drs Franck Smit: (F.R.H.) Smit, (050) 363 7597.
|